Home | Nieuws

Medisch nieuws

Met hiv-behandeling beginnen bij 500 of meer CD4-cellen (per mm3 bloed) verlaagt het risico op tuberculose, andere ernstige ziektes en uiteindelijk sterfte met 44%. Dit blijkt uit een nieuw zevenjarig onderzoek – The Temprano – wat gepresenteerd werd tijdens de Conferentie over Retrovirussen en Opportunistische Infecties (CROI 2015) in Seattle. De huidige richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) raden aan om met behandeling te beginnen als het aantal CD4-cellen onder de 500 komt. CD4-cellen spelen een belangrijke rol in het menselijke afweersysteem.  
1170 Het onderzoek is gedaan in Ivoorkust met als doel na te gaan of vroeger beginnen met hiv-behandeling veilig en effectief is, met name in een landen waar tuberculose en bacteriële infecties vaak voorkomen. Door de lage weerstand van mensen met hiv kunnen zij hier ernstig ziek van worden en eerder beginnen met hiv-behandeling kan dan voordelig zijn. 
WHO-richtlijnen
Aan het onderzoek deden 2.000 mensen mee die op dat moment niet werden behandeld voor hiv en geen actieve tuberculose hadden. De participanten werden verdeeld in twee groepen: de ene groep begon meteen met hiv-behandeling en de andere groep wachtte met behandeling totdat het aantal CD4-cellen was gezakt volgens de richtlijnen van WHO. Toen het onderzoek begon raadde de Wereldgezondheidsorganisatie aan om te beginnen met hiv-behandeling als iemand minder dan 200 CD4-cellen had. Inmiddels zijn de richtlijnen aangepast en wordt er aangeraden om met hiv-medicatie te beginnen bij minder dan 500 CD4-cellen. Uit het onderzoek blijkt dat de mensen die meteen beginnen met hiv-medicatie minder ziektes krijgen zoals tuberculose of bacteriële infecties. Het risico op andere bijkomende ziektes vermindert met maar liefst 44%.
Behandeling eerder starten
De onderzoekers geven aan dat van het criterium van het aantal CD4-cellen om te beginnen met hiv-behandeling moet worden losgelaten. Mensen met hiv zouden moeten worden geadviseerd direct te beginnen met behandeling. Zeker in landen waar tuberculose en bacteriële infecties veel voorkomen.

De genetische variatie in gastheerfactoren, betrokken bij de herkenning van het hiv-1-virus door ons immuunsysteem, zijn belangrijk voor het beloop van ziekte na een infectie. Dit blijkt uit het proefschrift van Booiman naar hiv, het virus dat aids veroorzaakt. 
Het vermogen van hiv-1 om zich te vermeerderen, wordt beïnvloed door veel gastheerfactoren die de vermenigvuldiging van het virus kunnen bevorderen of remmen. Booiman heeft een aantal nieuwe gastheerfactoren geïdentificeerd en onderzocht hoe deze de hiv-1-vermenigvuldiging beïnvloeden. Daarnaast heeft hij gekeken naar het effect van de natuurlijk voorkomende genetische variatie in deze gastheerfactoren op het ziektebeloop na hiv-1 infectie. 
Met de huidige antivirale therapie kan de aanwas van hiv-1-deeltjes alleen worden onderdrukt. Behandeling met deze antivirale therapie leidt niet tot totale genezing. Daarnaast is er het gevaar dat het virus resistent wordt voor de huidige antivirale middelen. Gastheerfactoren zijn belangrijke mogelijke doelwitten voor nieuwe medicijnen om zo virusremmende factoren te activeren of factoren kunnen remmen die de vermenigvuldiging van het virus bevorderen. Het is daarom van groot belang om de interactie tussen hiv-1 en de gastheerfactoren te bestuderen op zoek naar nieuwe behandelwijze van een infectie met hiv. 

966

diabetes © Istock

Verhogingen in belangrijke markers van systemische ontsteking worden geassocieerd met de ontwikkeling van type 2 diabetes bij mensen die antiretrovirale therapie (ART) nemen, melden onderzoekers in de online editie van het Journal of Acquired Immune Deficiency syndromen. De auteurs onderzochten de relatie tussen de uitgangswaarden van hoge gevoeligheid C-reactief proteïne (hsCRP) en interleukine-6 (IL-6) en het incident type 2 diabetes bij mensen met hiv in twee grote studies - de SMART en ESPRIT studies. De deelnemers aan de studie namen ART zonder enige aanvullende therapie. Hogere hsCRP en IL-6 waarden waren geassocieerd met diagnose type-2 diabetes tijdens de follow-up.

"Ontstekingsmerkers bieden onafhankelijke informatie voor het voorspellen van de ontwikkeling van diabetes," reageren de auteurs. "Experimentele studies die gericht zijn op het verminderen van de ontsteking zijn nodig om een causaal verband vast te stellen."

Verbeteringen in de behandeling en zorg betekenen dat veel mensen met HIV hebben nu een uitstekende levensverwachting hebben. Echter, HIV infectie - zelfs in de context van effectieve ART – is geassocieerd met een hoger risico op metabolische complicaties, waaronder de ontwikkeling van type 2 diabetes. De redenen hiervoor zijn niet duidelijk, maar mogelijke oorzaken zijn de bijwerkingen van sommige anti-HIV middelen en de inflammatoire effecten van HIV-infectie, die kan bestaan bij lage niveaus, zelfs in de context van ART.

Een aantal onderzoekingen in de algemene populatie suggereren dat hogere hsCRP en IL-6 geassocieerd kunnen worden met type 2 diabetes. Maar het is onduidelijk of dit ook het geval is bij mensen met hiv.

Onderzoekers voerden daarom een retrospectieve analyse uit van de relatie tussen hsCRP en IL-6 en incidentie type 2 diabetes in ongeveer 3700 mensen die deelnamen aan de SMART en ESPRIT studies.

Twee aminozuren bepalen uiteindelijke succes van infectie

964

Foto: Integrase (blauw) zet viraal DNA (rood) in menselijke sequentie (oranje)

Slechts twee aminozuurresten bepalen de plekken waar het hiv-virus zijn DNA inbouwt in dat van zijn gastheercel. Vervang die door iets anders en het kiest een andere plek die nog meer of misschien wel minder kwaad kan, schrijven Leuvense onderzoekers in Cell Host & Microbe.

Die aminozuren zitten in het integrase-enzym dat mee komt met het virus. Om precies te zijn serine op positie 119 en arginine op 231.

Het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) kan zich op verschillende plaatsen in het menselijk DNA inbouwen, en die plaats kan bepalen hoe snel het ziekteproces verloopt. Dat blijkt uit een studie van de Onderzoeksgroep Moleculaire Virologie en Gentherapie.

994

Foto: Het hiv-eiwit integrase (in het blauw) kan het hiv-DNA (rood) op verschillende plaatsen in het menselijk DNA (oranje) inbouwen. Hoe het virus de plaats kiest, was tot nu toe niet duidelijk. Leuvense virologen ontdekten dat die keuze bepaald wordt door twee van de meer dan 200 aminozuren waaruit integrase is opgebouwd.

Als hiv in het bloed geraakt, bindt elk virusdeeltje zich aan een menselijke immuuncel en dringt die binnen. Daar verandert hiv het genetisch materiaal van de gekaapte immuuncel zodanig dat die geherprogrammeerd wordt om nieuwe hiv-deeltjes aan te maken. Bij dat hele proces speelt het hiv-eiwitintegrase een sleutelrol: dat eiwit herkent een kort stukje erfelijk materiaal van de gastheer en versnelt de chemische reacties die het DNA van virus en gastheer met elkaar versmelten.

 

Uit de praktijk

Auteur(s): Auteur(s): Karien Gosens, arts-onderzoeker dermatologie en infectieziekten, AMC Amsterdam.
Publicatiedatum: 19-09-2014 
Artikelnummer: 3576

Een zestigjarige man is door zijn hiv-behandelaar doorverwezen voor AIN screening (Anale Intraepitheliale Neoplasie, voorstadia van anuskanker). Momenteel heeft de patiënt geen (anale) klachten.

908

Patiënt is hiv positief en onder cART (combinatie Anti-Retrovirale Therapie) behandeling. Hiermee is de viral load ondetecteerbaar en het CD4 bedraagt 670/µl (normaalwaarde 460- 1450/µl). Voorgeschiedenis vermeldt een longembolie en hypertensie. Doorgemaakte soa zijn tweede stadium syfilis en anale chlamydia en gonorroe. De patiënt is in 2012 eenmalig door een dermatoloog behandeld voor intra-anale condylomata acuminata met vloeibare stikstof, met goed resultaat. Er werden hierbij geen biopten afgenomen. Patiënt heeft seks met mannen (MSM) en heeft zowel passieve als actieve anale onbeschermde seks met meerdere partners.
Er werd Hoge Resolutie Anoscopie (in steensnedeligging) verricht waarbij meerdere afwijkingen a vue waren. Intra-anaal zagen wij op 3, 6, 9 en 12 uur miliaire, verruceuze papels. Peri-anaal werden 2 nummulair grote uitstulpingen van de huid (marisken) met verruceuze aspecten gezien en op 6 uur een gebied met hyperkeratinisatie. Bij rectaal toucher waren er geen bijzonderheden. Van alle laesies werden biopten afgenomen.

Vraag
Volgens de multidisciplinaire 2e lijns soa-richtlijn (tinyurl.com/soarichtlijn2012) worden condyloma acuminata op klinische gronden gediagnosticeerd en gezien als goedaardige afwijkingen. Gelden deze aannames ook voor HIV+ MSM?

Antwoord

885

Waarom vaccineren tegen de griep?

Vaccinatie is de enige manier om u tegen de griep te beschermen.

Griep is een zeer besmettelijke ziekte die elk jaar in de winterperiode opnieuw opduikt. Elke winter krijgen gemiddeld 1 op de 10 mensen de griep. Meestal genezen ze vanzelf na enkele dagen, maar bij sommige mensen kan de griep ernstige gevolgen hebben. Elk jaar sterven er ook honderden mensen aan de gevolgen van de griep.

Als u gevaccineerd bent, dan is de kans dat u griep krijgt veel kleiner. Als u toch griep krijgt, dan wordt u minder ziek en is de kans op complicaties zoals longontsteking ook veel kleiner. Bovendien vermindert de kans dat een al aanwezige ziekte verergert (bijvoorbeeld ontregeling van uw diabetes).

The international research & development (R&D) consortium, AfriCoLeish, has launched a Phase III clinical study to address the extreme difficulty in treating visceral leishmaniasis (VL) in patients who also are HIV-positive. The study will assess the efficacy and the safety of two treatments: a combination treatment of AmBisome® and miltefosine, and AmBisome® alone. This is the first randomized clinical trial in Africa to confirm the World Health Organization’s recommendation for HIV-VL treatment. Two sites in northwest Ethiopia, Gondar and Abdurafi, have begun recruiting patients. The area has one of the highest burden in the world.

884

Bijna de helft van de homo’s met hiv zou erbij gebaat zijn als ze een vaccinatie tegen HPV krijgen. Dat valt af te leiden uit een Ierse studie onder 194 mannen die seks hebben met mannen. Ook twee derde van de hiv-negatieve homo’s zou er baat bij hebben. Je vraagt je af waarom dit niet gebeurt.

877

Een standpunt van Aids Fonds en Soa Aids Nederland.

871

Het Aids Fonds en Soa Aids Nederland vinden dat PrEP ook in Nederland beschikbaar moet komen. Dit instrument voor de preventie van hiv – een combinatiepil die beschermt tegen hiv – kan helpen het aantal nieuwe hiv-infecties in ons land omlaag te brengen. Om dat doel te kunnen bereiken moeten alle bestaande preventiemiddelen inzetbaar zijn, niet alleen voorlichting en het gebruik van condooms. Het Aids Fonds en Soa Aids Nederland doen al het nodige om gebruik van PrEP voor te bereiden, maar ook andere partijen moeten nu in actie komen vinden beide organisaties.