Home | Blogs

Blog van Frankie

Voor onderzoekers is het belangrijk dat hun bevindingen worden vertaald naar de praktijk. In het geval van ‘Behandeling als Preventie’ heeft het nogal wat tijd gekost voordat de geesten er rijp voor waren. In het jaar 2000 was al duidelijk dat hiv transmissie uitzonderlijk is onder serodiscordante koppels ( de één hiv-positief en de ander hiv-negatief) bij een verlaagde virale lading (ondetecteerbaar) . Maar het heeft tot 2011 (in België tot 2013) geduurd voordat het belang van dit gegeven door de beleidsuitvoerende preventieorganisaties werd erkend.
We weten nu:

·        succesvolle behandeling van hiv zorgt voor een verlaging van het transmissierisico met 96 procent

·        de kans op overdracht bij serodiscordante stellen is nagenoeg nul is, ook bij anale seks, ook bij aanwezigheid van andere soa.

Het wetenschappelijk bewijs over de effectiviteit van het verlagen van de virale lading voor het verminderen van transmissierisico’s is dus sterk.

Lees meer over welke uitdagingen er liggen in de praktijk van alle preventiediensten en hiv-professionals in België;

http://www.hivverenigingbelgie.be/node/1258

 

Waarom zetten we alle kennis niet in om de verspreiding in te dammen? Waarom staan we toe dat hiv zich verder verspreidt in ons land?

901

De afgelopen 4 à 5 jaren heeft hiv-infectie zich gestabiliseerd op een hoog niveau. 1200 infecties per jaar is voor een land als België veel te hoog.  België is met ruim 12 infecties per 100.000 bewoners Europees kampioen met ruim het dubbele van het Europees gemiddelde. In een gemediatiseerd land waar verspreiding van kennis geen probleem is en waar de toegang tot zorg 100% is geregeld is er geen enkele reden om dergelijke hoge infectiegraad goed te praten.  Het is ongelofelijk hoe sterk de kennis in verband met hiv& aids afneemt. Er is nood aan een nieuw beleid met vernieuwende kracht en inzet. Er bestaat geen enkel excuus…..

Verschillende disciplines moeten nauwgezet op elkaar aansluiten willen we een effectieve daling van de hiv-infecties bekomen

Vroeger behandelen

Vijfhonderd CD4-(afweer)cellen of minder is een harde indicatie.

De uitdagingen zijn het aantal nieuwe hiv-besmettingen omlaag brengen met nieuwe vormen van preventie onder hiv-negatieven met een verhoogd risico en het verbeteren van de prognose van hiv-geïnfecteerden. Ook daarmee valt winst te behalen voor de uiteindelijke eliminatie van het virus. In België is tot op heden de praktijk dat we wachten met behandelen tot het immuunsysteem een bepaald dieptepunt bereikt. Vijfhonderd CD4-(afweer)cellen of minder is een harde indicatie. Dat betekent dat bijna vijftien procent van de chronisch hiv-geïnfecteerden met hogere CD4-aantallen vandaag niet behandeld wordt. 

Recente studies laten echter zien dat behandeling ook bij een redelijk goede afweer gezondheidswinst en een hogere levensverwachting oplevert. Het heeft bovendien epidemiologische waarde: als hiv-remmers het virus onderdrukken tot het onvindbaar is, is de kans op overdracht nagenoeg nul.  Behandeling als preventie noemen we dat.

Extreem infectieus

Een minstens zo belangrijke doelgroep voor deze vorm van preventie vormen de mensen met een ‘acute infectie’. Dat wil zeggen: de eerste zes maanden na het contact met het virus. In deze fase zijn mensen extreem infectieus omdat de hoeveelheid virus dan erg hoog is. Snelle detectie en behandeling zijn hierbij van groot belang: Behandeling als preventie. En niet alleen vanwege het besmettingsgevaar. Deze groep heeft bij vroege behandeling de grootste kans op een latere ‘functional cure’. De functional cure houdt in dat hiv-geïnfecteerden door bijtijdse inzet van hiv-remmers na een aantal jaren behandeling op eigen houtje in staat zijn het virus te onderdrukken. Zonder pillen. In de Visconti trial – een Frans onderzoek – is bij een kleine groep mensen aangetoond dat dit werkt.

Bijzonder hoopgevend leek in dit verband het geval van de Mississippi baby: een Amerikaanse kleuter, geboren als hiv-baby, die een paar jaar honderd procent hiv-vrij leek te zijn zonder medicijnen. Begin juli kwam ze in het nieuws omdat ze toch weer virus in haar bloed had. Een teleurstelling voor de wetenschap, maar niet per se voor de toekomst van de functional cure. Bij de Mississippi baby was er even hoop op een ‘sterilizing cure’: volledige genezing waarbij het virus niet is onderdrukt maar zelfs helemaal verdwenen. Naar het zich nu laat aanzien, hebben er toch altijd hiv-deeltjes verstopt gezeten in het kind en was er nooit sprake van genezing. Het was bijzonder en veelbelovend dat zij het virus drie jaar heeft gecontroleerd zonder hiv-remmers. Het vraagt om nader onderzoek, net als de resultaten van de Visconti trial. Waarom kunnen sommigen mensen hiv na een tijdje zelf onderdrukken en anderen niet?  Wat bepaalt de duur van de zelfredzaamheid van het immuunsysteem?  Dat zijn belangrijke vragen waarover we ons moeten buigen.

Herkennen van symptomen van acute infectie

Een lastige bijkomstigheid is dat dertig procent van het naar schatting totale aantal hiv-geïnfecteerden in België niet weet dat ze het virus bij zich dragen. Deels is dit te wijten aan een gebrek aan fysieke klachten in de maanden van de acute infectie bij de helft van hen, althans volgens velen. Dat klopt niet helemaal. Als je terugvraagt, geeft uiteindelijk negentig procent van de mensen aan dat ze wel last hadden van een of meer van de gebruikelijke symptomen: griepachtige verschijnselen, huiduitslag, gordelroos, opgezette klieren. Ze brengen dit alleen niet in verband met hiv, ook niet als ze in de weken ervoor risicovolle seks hadden. Ook (huis)-artsen zijn onvoldoende attent op signalen van een mogelijke hiv-infectie.

Meer aandacht voor bewustmaking

Dagelijkse problemen van seropositieven zijn tegenwoordig eerder psychisch dan fysiek van aard, mede gevoed door negatieve reacties van de buitenwereld. Uit een recent onderzoek onder vijfhonderd mensen met hiv kwamen eenzaamheid en angst voor afwijzing als grootste problemen naar voren. Seropositieven ervaren buiten hun eigen kring weinig compassie en hebben vaak te maken met discriminatie en onnodige paniek. Voorlichtingscampagnes doen veel goed, maar dat neemt niet weg dat de kennis over hiv en aids nog steeds te beperkt is, zelfs onder medisch geschoolden (buiten de hiv-zorg). Medisch gezien zijn we er ongekend op vooruit gegaan. Helaas is het stigma weinig veranderd.

Arrogant en hypocriet

Condooms zijn nog steeds de geprefereerde methode van preventie: goedkoop, gezond, geen bijwerkingen. Alleen is het niet voor iedereen geschikt. Vooral in het begin van de hiv-epidemie zeiden wetenschappers: oké, dit is de ziekte, dit is je risico, condooms bieden de beste bescherming dus hup, dit wordt je seksleven. 

Dat is best arrogant en hypocriet, zeker als je bedenkt dat het condoom nooit een geliefd preventiemiddel is geweest, bij mensen van welke geaardheid dan ook. In 1983 deed bijna honderd procent aan onbeschermde seks. Vijf jaar later was het condoomgebruik gestegen naar 85 procent onder mannen met wisselende contacten. Na de introductie van hiv-remmers zagen we een lichte stijging van onveilig gedrag, maar geen grote terugval. Inmiddels zitten we al heel lang op tussen de zestig en de zeventig procent condoomgebruik. De homogemeenschap heeft zelf de verspreiding ingeperkt. Zonder haar radicale gedragsverandering zaten we nu met heel andere cijfers. Van het condoomgebruik valt niet meer te verwachten dan wat het nu is. Er blijft altijd een groep mannen met barrières jegens condooms (erectiestoornissen, in ‘the heat of de moment ‘,  moeite met de onderbreking, verlangen naar ‘natuurlijke’ seks zonder rubber,…) die tegelijkertijd wel risicovol seksueel gedrag vertoont.

PEP en PrEP

Tot voor kort had de wetenschap hen weinig te bieden, met alle gevolgen van dien voor de verspreiding.  Dat is veranderd. Belangrijke biomedische instrumenten zijn PEP (post exposure profylaxe) en PrEP (pre exposure profylaxe). PEP werkt als een soort morning after pil: een maand aan de volle mep hiv-remmers na een risicovolle daad. Dit houdt verspreiding tegen als iemand zich pijlsnel meldt, binnen 72 uur maar liever binnen 24 uur. PrEP hanteert het principe van de pil. Hiv-negatieven slikken dan dagelijks een gereduceerde hiv-behandelingspil, die wel sterk genoeg is om eventuele virusdeeltjes bij binnenkomst meteen af te straffen. . We propaganderen PrEP natuurlijk niet als hét vervangmiddel van het condoom. Maar om de eliminatie te naderen moeten we realistisch zijn en ons richten op niches. Niet iedereen wil vrienden worden met het condoom.  De uitdaging is om de specifieke gevallen te vinden en attent te maken op de nieuwe mogelijkheden. Dat moet gebeuren via campagnes die erop moeten wijzen dat je in België weliswaar nog zelden dood gaat aan hiv, maar dat het nog steeds een heel vervelende chronische infectie is met een enorme impact op je leven.

Er is een groot verschil tussen wat seropositieven weten en wat seronegatieven denken.

Tegelijkertijd moeten we vooral mensen in risicogroepen duidelijk maken dat tijdige opsporing en behandeling niet eng maar goed is, voor henzelf en voor hun sekspartners. De testbereidheid onder homomannen is licht toegenomen, maar het kan zeker nog beter.

Huisartsen moeten hiv als normale infectie benaderen

Huisartsen en ander medici in de eerste lijn moeten leren hiv te benaderen als een normale ziekte en moeten meer gericht  zijn op hiv-testen. Huisartsen moeten daarin pro-actiever zijn, ook als iemand niet binnenkomt met hiv-gerelateerde vragen of klachten. We zijn in de gezondheidszorg niet voor niets bezig mensen gezond te houden in plaats van ze beter te maken. Dat geldt ook voor hiv en aids. Tachtig procent van de bevolking komt minstens één keer per jaar bij de huisarts. De spreekkamer is een logische plek om te zoeken naar de dertig procent hiv-geïnfecteerden die in onwetendheid rondloopt – en seks heeft. PrEP, PEP, barrières wegnemen, onbehandelde chronisch hiv-geïnfecteerden en acute hiv-infecties opsporen, gerichte bewustwordingscampagnes, kennisvergroting over de eerste verschijnselen. We moeten dit alles naadloos op elkaar laten aansluiten.

Mensen met hiv betrekken in alle domeinen

Ondanks aanbevelingen van UNAIDS en het nationale HIV-plan worden mensen met hiv nog steeds onvoldoende betrokken bij de aanpak van hiv op elk gebied. Het wordt aanbevolen een Raad van Mensen Met Hiv (MMH) op te richten, zodat MMH bij de uitvoering van een nationaal HIV-plan worden betrokken, zowel op het gebied van preventie en opsporing als bij de zorg en de verbetering van de levenskwaliteit van Mensen Met Hiv.

Devuyst Frankie

Voorzitter Hiv Vereniging België vzw

675

De afgelopen 10 jaar werd de Gay specificiteit van de hiv-epidemie geminimaliseerd om deze bevolkingsgroep niet te stigmatiseren. Toch mogen we niet hypocriet zijn. Vandaag wordt elke homo op de één of andere manier geconfronteerd met hiv !

De preventieve acties zijn absoluut ontoereikend om de nieuwe realiteit waarin homoseksuele mannen vandaag seksueel actief zijn het hoofd te bieden.

Zelfs de meest elementaire kennis over hiv ontbreekt.

Wat is niet veranderd!

De strijd tegen hiv is nog steeds en bijna uitsluitend in handen van mensen, activisten, verzorgers,… meestal oudere mensen van wie hun persoonlijke verhaal terug te brengen is naar de beginperiode van de aidsepidemie. De opvolging van deze generatie werd niet georganiseerd, en als er al jongeren werden betrokken werden ze verstikt door de legitimiteit van de veteranen.

Deze oudere generatie is absoluut niet in staat te begrijpen wat hiv betekend voor iemand die seksueel actief werd na de periode van de invoering van de relatief eenvoudige medicatie.  Ze verwijten de jongere generatie de impact van de ziekte en de gevolgen ervan niet correct te benaderen maar ze zijn zelf niet in staat de ziekte op een correcte manier uit te leggen zonder te verwijzen naar de donkere jaren. De conclusie die we kunnen maken over de jongere generatie is dat ze elk contact met de ziekte door de jaren heen is verloren tot het punt dat ze ook niet in staat zijn de hedendaagse betekenis van hiv en leven met hiv te begrijpen.

In toenemende mate volgen ze de strategie ‘Don’t Ask Don’t Tell’, een strategie gebaseerd op uitsluiting. “Niet vragen niet vertellen” blijft de belangrijkste slogan, net zoals het Amerikaanse leger destijds.

676

Het valt me op dat er erg veel over hiv en aids gepraat wordt, maar zelden op een rationele, op feiten gebaseerde wijze. Heel veel emotionele, achterhaalde sloganeske uitspraken, maar geen echte informatie gebaseerd op nieuwe medische inzichten of ervaringen van patiënten. Gebrek aan kennis is de grootste boosdoener. Dat geldt zowel voor mensen binnen de doelgroepen die het meest risico lopen op een infectie, als voor de rest van de maatschappij.

Mensen denken nu wellicht dat het risico kleiner is, om te beginnen opdat ze de materie niet kennen. Het is ongelooflijk hoe sterk de kennis in verband met hiv en aids afneemt.

Mensen die leven met hiv zijn geen slachtoffers, maar positieve mensen die leven met een chronische aandoening. Er bestaat een groot contrast tussen de vooroordelen en de feiten. Het stigma komt niet overeen met de werkelijkheid.

Vandaag is hiv een goed behandelbare chronische aandoening met relatief eenvoudige medicatie-inname en met veel minder bijwerkingen. Medicatie is de laatste jaren sterk vereenvoudigd, gemakkelijker inneembaar, dikwijls beperkt tot soms één pil per dag. De levensverwachting van een hiv-patiënt is zo goed als identiek aan die van iemand zonder hiv.

Hiv krijg je in onze maatschappij bijna altijd omdat je seks zonder condoom hebt gehad met een partner die geïnfecteerd was. Dit gebeurt meestal in de beslotenheid van de slaapkamer na een nachtje stappen, na bezoek aan de gay-pride, na een date via Grindr, Bullchat,… en dat gebeurt ook bij seks zonder condoom in sauna’s en in darkrooms.

Gebruik je wel een condoom, dan is het risico op overdracht nagenoeg onbestaand. Zo eenvoudig als het is om deze simpele preventiemaatregel neer te schrijven, zo moeilijk is het om hem om te zetten in de praktijk. Dat bewijzen de cijfers, elk jaar opnieuw.

Volgens de woordvoerder van ‘Wel Jong Niet Hetero’ – Michiel Vanackere - is het advies van de WHO om preventief hiv-remmers te nemen enkel nodig voor ‘bepaalde risicogroepen’ binnen de homogemeenschap.

Ik vraag me af welke ‘bepaalde risicogroepen’ dit dan wel zijn.   En, tot welke risicogroep behoor ikzelf ?

In de afgelopen twee jaar heb ik als voorzitter van de Hiv Vereniging België vzw enkele honderden homomannen gesproken die recent of minder recent een hiv-diagnose hebben gekregen en nu allen leven met hiv.

De jongste was 17 jaar en de oudste was 72 jaar.  Sommigen waren nog schoolgaand, anderen studeerden aan de universiteit, anderen werken als werknemer, bediende of hebben een zelfstandig beroep. Nog anderen waren reeds gepensioneerd. Deze groep van mannen varieert qua uiterlijk, leeftijd, levensstijl, leefomgeving, opleiding, beroep,… . Sommigen hebben een prille relatie, anderen zijn single, anderen hebben een jarenlange vaste relatie.

Simplistische condoomboodschappen, zoals het condoom als panacee voor alles, stigmatiseren mensen met hiv en kunnen averechts werken. Mensen van wie bekend is dat ze hiv hebben zijn niet de belangrijke verspreiders van het virus. Dat besef vraagt om een subtielere boodschap en om het anders stellen van de prioriteiten bij hivpreventie.

336

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mensen vrijen - om de meest uiteenlopende redenen - niet altijd veilig.  Dat is dom, dat is gevaarlijk, maar het is de realiteit. En die is ondanks jaren van campagnes voor veilig vrijen niet veranderd. En die zal ook niet veranderen. Seksuele praktijken zijn niet enkel gebaseerd op rationele risicoafwegingen. Belangrijk is dat je omgaat met die realiteit. De waarheid durft te zeggen. Door om te gaan met feiten in plaats an met stereotiepe achterhaalde beelden.

Seksuele praktijken zijn niet gebaseerd op rationele risicoafwegingen, maar door de dynamiek omtrent intimiteit, stigma, gender en reproductieve wensen.

Beslissingen over seksuele (risico)praktijken zijn niet zozeer door officiële preventie boodschappen beïnvloed maar door emoties en prioriteiten binnen een relatie. 

De toename van de diagnoses bij MSM (Mannen die Seks hebben met Mannen) sinds 2000 wordt vastgesteld in alle leeftijdsgroepen, ook bij de jongste (15-24 jaar). In 2012 werd 61% van de diagnoses gesteld bij MSM van 25 tot 44 jaar. (Figuur 6-pagina 28)

In 2012 bleef de screening van hiv stijgen : er werden 64 screeningstesten voor hiv per 1.000 inwoners gerealiseerd.  Dit komt overeen met een stijging van het aantal testen met 3,5% ten opzichte van 2011 en met 8% ten opzichte van 2010. Er werden dus 64.000 screeningstesten gedaan per 1 miljoen inwoners ttz 704.000 tests op een bevolking van 11.000.000 inwoners grosso modo. Een stijging van 3,5% zijnde 24.600 extra tests.

In 2012 werden 1227 nieuwe gediagnosticeerde gevallen van hiv-infecties vastgesteld in België, wat overeenkomt met 112 gevallen per miljoen inwoners, of met een gemiddeld 3,4 gediagnosticeerde gevallen per dag.  In het jaar 2012 werd het hoogste aantal nieuwe gevallen geregistreerd.  Het Europees gemiddelde ligt ruim de helft lager, nl. op 5,7 hiv-infecties per 100.000 inwoners of 57 hiv-infecties per miljoen.